
Dwalen bij cognitieve achteruitgang: voorkomen is beter dan genezen
Het is midden in de nacht, het licht is gedimd en de gangen liggen er verlaten bij. Jouw cliënt of naaste is wakker en is onrustig en verward. Er wordt gezocht naar iets bekends: de keuken, de slaapkamer, of de voordeur van vroeger. Deze nachtelijk onrust kan snel uitmonden in angstige gebeurtenissen.
Bij nachtelijk dwalen kan gemakkelijk een ongeluk gebeuren, bijvoorbeeld doordat iemand struikelt, zich verwond of onderkoeld geraakt. Wandelen zonder duidelijke bestemming kan ertoe leiden dat iemand verdwaalt, met vermissing tot gevolg. Personen met cognitieve achteruitgang kunnen onbedoeld buitenshuis vermist of oververmoeid raken. Bovendien: wanneer je vaak opstaat gedurende de nacht wordt je slaapritme verstoord. En een slechte nachtrust heeft een negatieve invloed op de fysieke gesteldheid.
Dwalen is een ingrijpend probleem, met fysieke en emotionele gevolgen voor zowel de cliënt of naaste als zijn omgeving. De angst dat een geliefde spoorloos blijft, weegt zwaar. Vaak liggen familieleden ’s avonds wakker, bang dat de naaste uit bed zal stappen. Voor de cliënt zelf is het een verwarrende ervaring: de vertrouwde wereld verandert in een labyrint, en in de chaos kan de veiligheid ver weg lijken. De ziekte zelf kan gevoelens van onrust of angst versterken, zeker in onbekende of nachtelijke situaties
Voorkomen van dwalen: met structuur en technologie
De meest effectieve aanpak is voorkomen dat iemand onnodig gaat rondlopen. Vaste routines en herkenbaarheid zijn daarbij cruciaal. Mensen met geheugenverlies gedijen het beste bij voorspelbaarheid: een duidelijk dag- en nachtritme, vaste eet- en bedtijden en weinig wisseling in de woonomgeving. Een concrete maatregel is het creëren van een rustige slaapomgeving en voldoende dagactiviteiten. Overdag helpt regelmatige beweging en dagbesteding: een vermoeide cliënt slaapt ’s avonds dieper en is minder geneigd ‘s nachts uit bed te komen.
Een goed verlichte gang, een bedhekje of bewegingssensor naast het bed kunnen vallen voorkomen en direct alarmeren. Ook kunnen technologische hulpmiddelen helpen om afwijkend gedrag tijdig te signaleren. Denk aan slimme deursensoren en bewegingsmelders die alarm slaan zodra iemand de slaapkamer of voordeur verlaat, of het gebruik van hulmiddelen die juist het dagritme bewaken.
Tessa als digitale zorgassistent
Juist hier kan Tessa uitkomst bieden. Tessa biedt structurele ondersteuning bij het dag- en nachtritme. De kleine zorgassistent kondigt vaste momenten aan: opstaan, eten, rusten, bezoek of zorg. Dat zorgt voor voorspelbaarheid. Wie weet wat er komt, raakt minder snel onrustig.
Juist in de avond en nacht kan verwarring toenemen. Tessa kan op vaste tijden zeggen: “Het is avond. U bent thuis. Alles is goed.” Die eenvoudige boodschap kan genoeg zijn om iemand weer tot rust te brengen. Er wordt vanuit één stem gesproken; dit reduceert het aantal prikkels.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een zorgmedewerker van het Land van Horne vertelde het volgende verhaal:
"Een mevrouw dwaalde altijd ’s ochtends op de gang, op zoek naar de zorg. Nu er een Tessa op haar kamer staat, heeft mevrouw weer structuur. Tessa geeft aan dat ze zich eerst moet wassen en aankleden en daarna naar de ontbijtkamer kan. De cliënt luistert hier goed naar en het dwalen is sindsdien niet meer voorgekomen. Mevrouw vindt het fijn dat Tessa haar ’s ochtends op weg helpt."




